Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
- ter terechtzitting een bewezenverklaring vorderen van feit 1, feit 2, feit 3 primair, feit 4, feit 5 en feit 6, een en ander conform de gestreepte tenlastelegging in de overeenkomst;
- ter terechtzitting een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vorderen voor de duur van 6 jaar met aftrek van het voorarrest, alsmede een onvoorwaardelijke geldboete van
- niet overgaan tot vervolging van nieuwe, met de huidige ten laste gelegde feiten vergelijkbare/samenhangende strafbare feiten die mogelijk uit de in onderzoek 26Stroud onderzochte bronnen (alle communicatie via van/onder verdachte in beslag genomen telefoons, die zijn geopend en onderzocht, en communicatie via Exclu via de accounts [accountnaam 1] / [accountnaam 2] en [accountnaam 3] / [accountnaam 4] in de ten laste gelegde periode) nog naar voren kunnen komen of zijn gekomen;
- geen ontneming in het onderzoek 26Stroud vorderen.
- afzien van het indienen van onderzoekswensen en de al ingediende onderzoekswensen intrekken;
- geen bewijsverweren voeren;
- afstand doen van de in beslag genomen goederen;
- aanwezig zijn bij de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak;
- zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken;
- aangeven betalingsbereid te zijn, in staat zijn tot betaling en geen draagkrachtverweer voeren.
De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van de feiten.
De strafbaarheid van de verdachte.
Oplegging van straf.
- een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;
- een onvoorwaardelijke geldboete van € 50.000,-.
Toepasselijke wetsartikelen.
De uitspraak.
straffen:
* een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren;
geldboete van € 50.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
285 dagen hechtenis.