ECLI:NL:RBOBR:2025:168
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken minnelijk akkoord
Verzoekster heeft op 26 augustus 2024 een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend. Na aanvulling van het dossier en een zitting op 12 december 2024, waarbij verzoekster en haar beschermingsbewindvoerder zijn gehoord, blijkt dat er geen minnelijk akkoord is aangeboden aan de schuldeisers. De schuldbemiddelingsinstantie stelt dat andere omstandigheden buitengerechtelijke schuldregeling onmogelijk maken, mede door onduidelijkheid over de schuldenlast.
Verzoekster kampt met medische en psychische problemen en heeft sinds 2015 haar administratie bescheiden bijgehouden. De beschermingsbewindvoerder heeft een voorlopige crediteurenlijst opgesteld, maar het is onduidelijk of alle schuldeisers bekend zijn. De rechtbank oordeelt echter dat het niet aannemelijk is dat er sinds 2015 nieuwe schulden zijn ontstaan of dat zich nog schuldeisers uit de periode voor 2015 zullen melden, mede gezien de verjaringstermijnen.
De rechtbank stelt dat de schuldenlast niet dusdanig onduidelijk of complex is dat een minnelijk traject achterwege kan blijven. Daarom moet de gemeente Eindhoven alsnog een minnelijk traject doorlopen. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken minnelijk akkoord en onvoldoende complexiteit schuldenlast.