De rechtbank Oost-Brabant heeft op 8 april 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die wordt verweten op 22 december 2022 en 24 januari 2023 als houder van dieren opzettelijk de nodige zorg aan een groot aantal honden te hebben onthouden. De honden hadden onvoldoende toegang tot schoon drinkwater, verbleven in te kleine en onhygiënische hokken, en kregen niet de juiste medische verzorging.
De NVWA-inspecties bevestigden ernstige tekortkomingen, zoals vervuild water, nat stro, veel ontlasting in de stallen, en huidaandoeningen bij de dieren. Ondanks eerdere bestuursrechtelijke maatregelen en intensieve controles bleef de situatie onveranderd. De rechtbank stelde vast dat verdachte als rechtspersoon kan worden aangemerkt als houder van de honden en dat de gedragingen aan haar kunnen worden toegerekend.
De verdediging pleitte vrijspraak, stellende dat verdachte niet actief betrokken was bij de dierenhouderij, maar de rechtbank verwierp dit standpunt op basis van het bewijs. Medeplegen werd niet bewezen verklaard. De rechtbank legde een geldboete van €40.000 op, lager dan de eis van €60.000, mede vanwege het gesloten bedrijf en de gevolgen voor de eigenaar. De straf weerspiegelt de ernst van de overtredingen en de langdurige nalatigheid in de zorg voor de dieren.