ECLI:NL:RBOBR:2025:2083
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing bewind en verplichting tot zelfstandigheidstraject
Betrokkene verzocht de kantonrechter om het bewind over haar goederen op te heffen, stellende dat zij in staat is haar financiën zelf te beheren, eventueel met hulp van haar ouders. De bewindvoerder was het hier niet mee eens en achtte betrokkene niet in staat haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen, mede vanwege het niet reageren op communicatie en een openstaande schuld bij haar ouders.
Tijdens de zitting op 26 maart 2025 verschenen betrokkene, haar ouders en de bewindvoerder. De bewindvoerder bood aan een zelfstandigheidstraject te starten, desgewenst met een andere contactpersoon vanwege de slechte samenwerking met de huidige contactpersoon. Betrokkene weigerde dit traject en wilde een andere bewindvoerder als het bewind niet werd opgeheven.
De kantonrechter overwoog dat het gebruikelijk is eerst een zelfstandigheidstraject te doorlopen alvorens het bewind op te heffen, zeker gezien de duur van het bewind. Betrokkene moet aantonen dat zij zich kan houden aan een budgetplan en stap voor stap naar zelfstandigheid kan toewerken. De kantonrechter wees het verzoek tot opheffing af en bepaalde dat de bewindvoerder vóór 26 september 2025 verslag moet uitbrengen over het verloop van het zelfstandigheidstraject.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het bewind wordt afgewezen en een zelfstandigheidstraject met een andere contactpersoon wordt opgelegd.