Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- [naam] h.o.d.n. Basis voor zorg, de mentor van betrokkene;
- [naam], specialist ouderengeneeskunde;
- [naam], GZ-psycholoog.
Rechtbank Oost-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene voor zes weken. Betrokkene verblijft reeds in een zorginstelling op basis van een inbewaringstelling door de burgemeester. De rechtbank nam kennis van medische verklaringen en hoorde betrokkene, zijn mentor en zorgverleners.
Uit de medische rapportage blijkt dat betrokkene vermoedelijk lijdt aan een neurocognitieve stoornis, vasculaire ziekte, het syndroom van Korsakov en een stoornis in alcoholgebruik. Betrokkene vertoont zorgwekkend gedrag zoals desoriëntatie, vergeetachtigheid, agressie en weigering van zorg, wat tot gevaarlijke situaties leidt. De familie en zorgverleners maken zich ernstige zorgen over zijn welzijn.
Desondanks oordeelt de rechtbank dat de voortzetting van de inbewaringstelling niet het geschikte middel is omdat er geen sprake is van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De zorgverleners konden geen concrete recente aanleiding of verandering aanwijzen die een spoedige rechterlijke machtiging onmogelijk maakt. Ook is onvoldoende onderbouwing gegeven voor de gevolgen van de overbelasting van de thuiszorg.
De rechtbank wijst het verzoek daarom af en spreekt dit besluit uit in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens het ontbreken van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.