De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor meerdere feiten van handel en bezit van cocaïne, gepleegd op verschillende momenten in 2022 en 2025 in Eindhoven, Geldrop en Heeze. Verdachte erkende de feiten, waarbij sprake was van aanzienlijke hoeveelheden cocaïne en herhaalde verkoopactiviteiten.
De tenlasteleggingen betroffen onder meer het opzettelijk aanwezig hebben en verkopen van cocaïne op 18 oktober 2022 en in de periode van 1 januari tot 10 maart 2025. Bewijsmiddelen bestonden uit bekennende verklaringen, proces-verbalen en rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut. De verdediging erkende de feiten, maar maakte bezwaar tegen de ten laste gelegde periode in één zaak.
De rechtbank oordeelde dat de bewezenverklaring wettig en overtuigend was en dat verdachte strafbaar was. Gelet op de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van harddrugs en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, werd een gevangenisstraf van 6 maanden opgelegd met aftrek. Daarnaast werden inbeslaggenomen telefoons, geld en verdovende middelen verbeurd verklaard en onttrokken aan het verkeer. De rechtbank hield rekening met een overschrijding van de redelijke termijn en matigde de straf dienovereenkomstig.