De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte schuldig bevonden aan vier feiten van medeplegen met betrekking tot de productie, aanwezigheid en voorbereiding van amfetamine, alsmede deelname aan een criminele organisatie gericht op drugsmisdrijven. De feiten vonden plaats in mei 2021 in Dinteloord en/of Steenbergen.
Er is een overeenkomst gesloten tussen verdachte en het Openbaar Ministerie waarin proces- en vonnisafspraken zijn vastgelegd. Verdachte heeft deze afspraken begrepen en erkend, waarbij hij afstand deed van bepaalde verdedigingsrechten. De rechtbank heeft de overeenkomst getoetst aan het recht op een eerlijk proces en geen schendingen vastgesteld.
De bewezenverklaring omvat onder meer het medeplegen van het bereiden van circa 350 liter amfetamineolie, het aanwezig hebben van circa 950 liter amfetamineolie, het voorbereiden en bevorderen van drugshandel, en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank achtte de strafmaat passend en veroordeelde verdachte tot 6 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 120 uren, conform de gemaakte afspraken.
De straf weerspiegelt de ernst van de feiten en houdt rekening met het belang van zowel verdachte als de maatschappij. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen zijn verklaard.