Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
- Het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 jaren vorderen voor de feiten 1 t/m 4. Daarnaast zal het OM voor de feiten 1 t/m 4 een geldboete vorderen van 60.000 euro;
- Verdachte verklaart dat hij bereid en in staat is te voldoen aan de overeengekomen financiële verplichtingen;
- Verdachte verklaart geen bezwaar te hebben tegen kennisgeving aan het CJIB van de gemaakte procesafspraken om te kunnen komen tot executie;
- Verdachte betaalt uiterlijk 4 maart 2025 een geldboete van 60.000 euro in contanten. Hierop wordt conservatoir beslag gelegd;
- Het Openbaar Ministerie zal geen ontnemingsvordering aanbrengen;
- Het Openbaar Ministerie zal niet overgaan tot vervolging van nieuwe, met de huidige ten laste gelegde feiten vergelijkbare/samenhangende strafbare feiten welke mogelijk uit het in onderzoek 26Swinton onderzochte bron (communicatie via ANOM via de accounts [gebruikersnaam] [
- Verdachte trekt de reeds ingediende en toegewezen onderzoekswensen in;
- Door de verdediging worden geen verweren ex artikel 348 Sv Pro gevoerd;
- Door de verdediging worden geen bewijsverweren en strafuitsluitingsverweren gevoerd;
- Door de verdediging worden geen strafmaatverweren gevoerd;
- Indien de rechtbank afwijkt van het door verdachte, diens advocaat en het OM overeengekomen afdoeningsvoorstel, keert de zaak terug naar de regiefase;
- Door de verdediging en het Openbaar Ministerie wordt geen hoger beroep ingesteld indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken;
- Verdachte is aanwezig bij de inhoudelijke zitting en de uitspraak;
- Verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van zijn straf(fen) onttrekken.