Partijen zijn in geschil over de afwikkeling van een huurovereenkomst van een woonruimte, waarbij eiser de terugbetaling van de waarborgsom vordert en gedaagde herstelkosten en een boete claimt wegens gebreken bij oplevering.
De kantonrechter stelt vast dat het gehuurde bij aanvang in goede staat verkeerde, zoals blijkt uit een inspectierapport met foto’s, en dat eiser het gehuurde niet in dezelfde staat heeft opgeleverd. Diverse gebreken zijn vastgesteld, waaronder schade aan koelkast, gordijnen, muren en tuinonderhoud.
Hoewel eiser betoogt dat het gehuurde bij aanvang al in slechte staat was en dat geen voorinspectie heeft plaatsgevonden, wordt dit niet gevolgd. Eiser heeft het inspectierapport bij aanvang ondertekend en ook het eindinspectierapport zonder voorbehoud geaccepteerd.
De kantonrechter wijst herstelkosten toe van € 2.623,60 en veroordeelt eiser tot betaling hiervan met wettelijke rente. De aanvullende herstelkosten worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De gevorderde boete wordt afgewezen omdat eiser de gebreken niet meer zelf kon herstellen en een vergoeding voor huurderving is toegekend. Gedaagde moet een deel van de waarborgsom (€ 366,40) terugbetalen met rente. Buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens ontbreken van een correcte aanmaning. Proceskosten worden toegewezen aan gedaagde.