In deze civiele bodemzaak staat een geschil centraal over een Overeenkomst Verkoop aandelen gesloten op 26 september 2023. Volgens deze overeenkomst zouden aandelen worden geleverd en was een betaling van €400.000,- verschuldigd door gedaagde aan eiseres, met een garantstelling door een buitenlandse vennootschap. Deze betaling is niet voldaan, waarop eiseres betaling vordert.
Gedaagde betwist de betalingsverplichting, onder meer op grond van bedrog en dwaling, en vordert in reconventie terugbetaling van een reeds betaald bedrag. De buitenlandse vennootschap verzoekt in een incident om tussenkomst in de hoofdzaak, omdat zij garant staat en zelf belang heeft bij de uitkomst.
De rechtbank overweegt dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van Brussel I-bis Verordening en dat tussenkomst toewijsbaar is omdat de buitenlandse vennootschap een eigen belang heeft bij vernietiging of wijziging van de overeenkomst en de garantstelling. De vordering tot tussenkomst wordt daarom toegewezen, met compensatie van proceskosten en verwijzing naar de rol voor verdere behandeling.