Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 01.307554.24
Rechtbank Oost-Brabant
Op 24 december 2024 heeft verdachte zich in Eindhoven drie keer schuldig gemaakt aan diefstal, waarbij hij in twee gevallen slechts een poging deed. Tijdens deze feiten bedreigde hij de slachtoffers met geweld, onder meer door te dreigen met een vuurwapen en zijn hand in een jaszak te houden om die indruk te wekken.
De rechtbank achtte de verklaringen van de slachtoffers en getuige betrouwbaar en bewezen dat verdachte de bedreigingen heeft geuit. Verdachte bekende de feiten, maar ontkende de dreiging met een wapen, wat door de rechtbank werd verworpen.
De feiten vonden plaats kort nadat verdachte uit detentie was vrijgekomen, binnen minder dan een uur. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de impact op de slachtoffers en het publiek, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een schizoaffectieve stoornis en een problematisch middelengebruik.
De officier van justitie eiste 18 maanden gevangenisstraf en een gedragsbeïnvloedende maatregel, maar de rechtbank legde 15 maanden gevangenisstraf op met aftrek en zag af van de maatregel. De rechtbank verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar schadevordering wegens onvoldoende onderbouwing.
Daarnaast werd een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden ten uitvoer gelegd. De uitspraak werd gedaan op 23 april 2025 door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf met aftrek voor meervoudige diefstal met bedreiging met geweld.