ECLI:NL:RBOBR:2025:2458
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging zware mishandeling en wapenbezit door schieten op echtgenoot
Op 17 december 2022 schoot verdachte haar echtgenoot met een vuurwapen in de heup. De rechtbank sprak haar vrij van poging tot doodslag en zware mishandeling, vanwege gebrek aan medisch bewijs en onduidelijkheid over de ernst van het letsel. Wel werd bewezen verklaard dat zij opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft geprobeerd toe te brengen door het afvuren van het vuurwapen op korte afstand.
Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte in bezit was van diverse wapens en munitie, waaronder een 9 mm pistool, gaspistool, patroonmagazijnen en pepperspray. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen omdat de bedreigingen van het slachtoffer ongeveer een halfuur voor het schot plaatsvonden en er geen ogenblikkelijk dreigend gevaar was.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 540 dagen op, waarvan 500 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 240 uren. De straf werd gematigd vanwege het verstrijken van de redelijke termijn, het ontbreken van recidive en de genormaliseerde relatie tussen verdachte en slachtoffer. De straf weerspiegelt de ernst van het gebruik van een vuurwapen en het risico op levensbedreigend geweld.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 540 dagen gevangenisstraf waarvan 500 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uren voor poging tot zware mishandeling en wapenbezit.