ECLI:NL:RBOBR:2025:2539
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid minister niet strekkend tot bevestiging wapens van heerlijkheden
Eiseres, eigenaresse van zakelijke rechten van een heerlijkheid, verzocht de minister om het heerlijkheidswapen voor te dragen ter bevestiging bij koninklijk besluit. De minister wees dit verzoek af, stellende dat zijn bevoegdheid zich niet uitstrekt tot wapens van heerlijkheden, aangezien deze privaatrechtelijk zijn geworden sinds 1848.
De rechtbank beoordeelde of het afwijzingsbesluit een besluit in de zin van de Awb is en concludeerde dat dit het geval is. Eiseres voerde aan dat het Soeverein Besluit van 1814 (SB 1814) nog steeds geldt en dat de Beleidsregels van 2013 een onrechtmatige inperking vormen. De rechtbank stelde vast dat SB 1814 de bevoegdheid tot voordracht van heerlijkheidswapens aan de Hoge Raad van Adel toebedeelde, maar dat deze bevoegdheid met het Koninklijk Besluit van 1919 en latere regelgeving is gewijzigd.
De rechtbank concludeerde dat de minister bevoegd is wapens van publiekrechtelijke lichamen voor te dragen, maar niet die van heerlijkheden. Ook de Hoge Raad van Adel heeft geen bevoegdheid tot voordracht van heerlijkheidswapens. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat de minister sinds 2013 de Beleidsregels hanteert en geen wapens van heerlijkheden meer heeft voorgedragen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het afwijzingsbesluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot bevestiging van het heerlijkheidswapen afgewezen wegens gebrek aan bevoegdheid van de minister.