Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de minister
Samenvatting
Procesverloop en beoordeling
- Het eerste besluit is genomen op 25 juni 2024. Daarbij is de boete verlaagd naar € 16.889,85.
- Het tweede besluit is genomen op 5 juli 2024 en kwam in de plaats van het eerste besluit. De boete bleef € 16.889,85, maar de minister heeft in dit tweede besluit, anders dan in het eerste besluit, ook gereageerd op het verzoek van eiseres om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe te kennen. De minister heeft dat verzoek afgewezen.
- Het derde en laatste besluit is genomen op 19 maart 2025. In dat besluit heeft de minister de bezwaren van eiseres gegrond verklaard en is de boete verlaagd tot nihil. Het tweede besluit van 5 juli 2024 heeft de minister daarbij ingetrokken. In de begeleidende e-mail bij het derde besluit heeft de gemachtigde van de minister geschreven dat er geen sprake is van enige overschrijding en er dus geen sprake is van enige boete.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit II niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten van € 907,–;
- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 371,– aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt de minister tot betaling van een schadevergoeding aan eiseres wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van € 2.500,–.