AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Wijziging voornaam wegens zwaarwegend belang en pestverleden
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot wijziging van haar eerste voornaam van een verkleinwoord naar de onverkleinde vorm. Zij stelt dat zij zich nooit met haar huidige naam heeft kunnen identificeren en dat zij met deze naam is gepest, wat heeft geleid tot langdurige onvrede en schaamte. Verzoekster gebruikt al geruime tijd de gewenste voornaam in haar sociale omgeving en ervaart deze als een juiste weerspiegeling van haar persoonlijkheid.
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 1:4 lid 4 BurgerlijkPro Wetboek en jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Hierbij is gekeken naar het belang van verzoekster en het algemeen belang bij naamconsistentie. De rechtbank concludeert dat het zwaarwegend belang van verzoekster zwaarder weegt dan het algemeen belang en dat de gewenste voornaam niet ongepast is.
Op grond hiervan wijst de rechtbank het verzoek toe en gelast zij de wijziging van de voornaam. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open onder voorwaarden. De uitspraak is gedaan door rechter L.J. Geerits op 14 maart 2025.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de voornaam wordt toegewezen vanwege het zwaarwegend belang van verzoekster.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/407912 FA RK 24-3546
Uitspraak : 14 maart 2025
Beschikking betreffende voornaamswijziging in de zaak van:
[verzoekster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , hierna mede te noemen: verzoekster, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. S. van Beers.
1.De procedure
1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op
2 juli 2024;
- de brief met bijlagen van mr. Van Beers van 10 februari 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 februari 2025. Verschenen zijn verzoekster en haar advocaat.
2.Het verzoek
2.1.
Het verzoek strekt tot wijziging van de eerste voornaam van verzoekster van [voornaam] in [gewenste voornaam] .
3.De beoordeling
3.1.
Verzoekster stelt dat zij een voldoende zwaarwegend belang heeft bij haar verzoek.
Zij stelt dat zij zich nooit met de naam [voornaam] heeft kunnen identificeren en dat zij met deze naam is gepest. Dit heeft er volgens verzoekster toe geleid dat zij al op vroege leeftijd de naam [gewenste voornaam] is gaan gebruiken. Ook haar familie, vrienden en kennissen spreken haar aan met de naam [gewenste voornaam] . De naam [voornaam] is volgens verzoeker op de achtergrond een onplezierige rol blijven spelen. Verzoekster bemerkt dat mensen lacherig reageren op haar voornaam. Volgens verzoekster kon de naam [voornaam] nog wel door de beugel toen zij klein was, maar een vrouw van 43 jaar is geen ‘ [voornaam] ’ meer. De onvrede over de naam is daarom almaar toegenomen bij verzoekster. Zij merkt dat zij de naam verborgen wil houden voor derden. Zij is zich gaan schamen voor de naam en het geeft haar spanning als zij in een situatie dreigt te raken waarin zij haar echte voornaam moet onthullen. Verzoekster ervaart de naam [voornaam] als kleinerend, met de naam [gewenste voornaam] voelt zij zich compleet. De naam [gewenste voornaam] heeft een speciale betekenis voor haar omdat deze naam de juiste weerspiegeling vormt van haar persoonlijkheid en deze naam haar gelukkig maakt.
3.2.
Ingevolge artikel 1:4 lid 4 BurgerlijkPro Wetboek (BW) kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. Voor een dergelijke wijziging dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. De vraag wanneer sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang, wordt in de wet en de wetsgeschiedenis niet beantwoord. Daarvoor dient aansluiting te worden gezocht bij de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Voornamen vallen onder het begrip privéleven en familie- of gezinsleven, zoals bedoeld in artikel 8 EVRMPro, omdat zij een middel zijn om personen binnen hun familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. Het door dit artikel beschermde belang brengt mee dat inmenging van enig openbaar gezag niet is toegestaan. Niet iedere regulering houdt evenwel ook een inmenging in. Een weigering om een voornaam te wijzigen kan niet zonder meer als ongeoorloofde inmenging worden aangemerkt. Daarvoor zal steeds moeten worden onderzocht of sprake is van een evenwichtige belangenafweging (“fair balance”) tussen enerzijds de belangen van het individu en anderzijds de belangen van de staat, waarbij niet uit het oog mag worden verloren dat de staat een zekere mate van beoordelingsvrijheid toekomt. Of de weigering om een voornaam te wijzigen, een ongerechtvaardigde inmenging oplevert, hangt af van de mate van ongemak en overlast die de betrokkene, in dit geval verzoekster, hiervan ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen, waaronder de vraag of het voor betrokkene feitelijk toch mogelijk is de gewenste voornaam te voeren.
3.3.
De rechtbank is, gelet op de stukken en de verklaring van verzoekster tijdens de mondelinge behandeling, van oordeel dat verzoekster een voldoende zwaarwegend belang heeft bij de door haar verzochte wijziging van haar voornaam. Dit belang heeft in dit geval zwaarder te wegen dan het algemeen belang bij naamconsistentie. Het is de rechtbank niet gebleken dat de door verzoekster gewenste voornaam ongepast is in de zin van artikel 1:4 lid 2 BWPro, noch dat deze overeenstemt met een bestaande geslachtsnaam die niet tevens een gebruikelijke voornaam is.
3.4.
De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen.
4.De beslissing
De rechtbank:
4.1.
gelast de wijziging van de voornaam van verzoekster van [voornaam] in [gewenste voornaam] .
Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Geerits, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 14 maart 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.