ECLI:NL:RBOBR:2025:2651

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
25 april 2025
Publicatiedatum
6 mei 2025
Zaaknummer
C/01/406811 / FA RK 24-3020
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:20 BWArt. 1:24 BWArt. 1:203 BWArt. 1:204 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vervangende toestemming voor latere vermeldingen erkenning geboorteakte minderjarige

De ambtenaar van de burgerlijke stand verzocht de rechtbank om vervangende toestemming om twee latere vermeldingen betreffende erkenning aan de geboorteakte van een minderjarige toe te voegen. De moeder en vader van de minderjarige werden als belanghebbenden betrokken bij de procedure.

De rechtbank stelde vast dat de vader de minderjarige als ongeboren vrucht heeft erkend met toestemming van de moeder, en dat deze erkenning rechtsgevolgen heeft vanaf het moment van de erkenning. De moeder stelde dat zij onder druk stond bij het geven van toestemming, maar dit was voor de rechtbank niet relevant omdat de erkenning rechtsgeldig is en een akte is opgemaakt.

Op grond van artikel 1:20 van Pro het Burgerlijk Wetboek kan de ambtenaar van de burgerlijke stand ambtshalve latere vermeldingen van erkenning toevoegen aan de geboorteakte zonder toestemming van de ouders of de rechtbank. Artikel 1:24 BW Pro, waarop het verzoek was gebaseerd, is daarom niet van toepassing. De rechtbank wees het verzoek af en bevestigde dat de ambtenaar geen toestemming nodig heeft voor de toevoeging.

Uitkomst: Het verzoek om vervangende toestemming voor het toevoegen van latere vermeldingen erkenning aan de geboorteakte wordt afgewezen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/406811 / FA RK 24-3020
Uitspraak : 25 april 2025
Beschikking betreffende artikel 1:24 van Pro het Burgerlijk Wetboek in de zaak van:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] ,

hierna te noemen: de ambtenaar van de burgerlijke stand.
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. C.A.M.J.M. Joosten,
en

[vader] ,

wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader.

De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de ambtenaar van de burgerlijke stand, ontvangen op 10 juni 2024;
  • een brief met bijlagen van de ambtenaar van de burgerlijke stand van 6 augustus 2024.
De zaak is behandeld ter zitting van 10 april 2025. Gehoord zijn:
  • [vertegenwoordigster gemeente] en [vertegenwoordigster gemeente] namens de gemeente [gemeente] ,
  • de moeder, bijgestaan door mr. Joosten,
  • de vader.

De feiten

Op [geboortedatum] is [minderjarige] geboren. Op [datum] heeft de vader [minderjarige] als ongeboren vrucht erkend.

Het verzoek

De ambtenaar van de burgerlijke stand verzoekt de rechtbank om toestemming te geven om twee latere vermeldingen betreffende de erkenning toe te voegen aan de geboorteakte.

De beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat de ambtenaar geen toestemming van de rechter nodig heeft om twee latere vermeldingen betreffende de erkenning toe te voegen aan de geboorteakte van [minderjarige] . De rechtbank legt hierna uit waarom.
Op grond van artikel 1:20 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) voegt de ambtenaar van de burgerlijke stand aan de onder hem berustende akten van de burgerlijke stand latere vermeldingen toe van onder andere akten van erkenning. Dat doet de ambtenaar ambtshalve. In de wet staat niet dat hij daarvoor toestemming nodig heeft van de ouders of dat hij, als zij niet instemmen, vervangende toestemming nodig heeft van de rechtbank.
Uit het verzoekschrift blijkt dat de moeder bij de aangifte van de geboorte van [minderjarige] op [geboortedatum] heeft vermeld dat er geen juridisch vader is. Dit bleek echter niet juist te zijn. Op [datum] heeft namelijk een erkenning ongeboren vrucht plaatsgevonden door de vader in de gemeente [gemeente] , waarbij is gekozen voor de geslachtsnaam [naam] . De erkenning heeft met toestemming van de moeder plaatsgevonden. De erkenning is een rechtsfeit dat als rechtgevolg heeft dat de vader de juridisch vader is van [minderjarige] en dat de naamskeuze die de ouders hebben gedaan van toepassing is.
De stelling van de moeder dat de vader haar onder druk heeft gezet om toestemming te geven voor de erkenning is in deze procedure niet relevant. De erkenning heeft immers plaatsgevonden en daarvan is een akte opgemaakt. De akte wordt op grond van artikel 1:20 BW Pro door de ambtenaar als latere vermelding aan de geboorteakte toegevoegd. Overigens heeft de vader de hiervoor genoemde stelling van de moeder weersproken.
Voor zover de moeder een beroep doet op nietigheid van de erkenning (artikel 1:204 lid 1 BW Pro), slaagt dit beroep niet. Er is namelijk geen sprake van één van de in dat artikel genoemde redenen op grond waarvan een erkenning nietig is.
Het argument van de moeder dat een erkenning pas rechtsgevolg krijgt als deze niet wordt ingetrokken of geblokkeerd door de moeder vindt geen grondslag in de wet. Op grond van artikel 1:203 lid 2 BW Pro heeft een erkenning rechtsgevolg vanaf het tijdstip waarop de erkenning is gedaan.
Het voorgaande brengt met zich dat de ambtenaar ambtshalve latere vermeldingen kan toevoegen aan de geboorteakte. Artikel 1:24 BW Pro, waarop het verzoekschrift is gebaseerd, is dus niet aan de orde. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.

De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. Aarts, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 25 april 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Conc: db
Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!