Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Onderzoek Inaya.
Beslissingen over het bewijs.
De bewezenverklaring.
6
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] .
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] .
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7]
Ten aanzien van alle vorderingen benadeelde partij
Beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
gevangenisstrafvoor de duur van
36 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;
- Betrokkene zich 3 dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij de reclassering van Novadic-Kentron op het adres Dr. Poletlaan 74-76, telefoonnummer 040-2171200. Betrokkene zich blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
- Betrokkene zich laat behandelen door Novadic-Kentron of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , van een bedrag van
600,00 euro, bestaande uit materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
legtaan de verdachte
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] , van een bedrag van 600,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 12 dagen.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 3] , van een bedrag van
1.050,00 euro, bestaande uit materiële en immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
legtaan de verdachte
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 3] , van een bedrag van 1.050,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 20 dagen.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 4] , van een bedrag van
2.500,00 euro, bestaande uit materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
niet-ontvankelijkis in de vordering tot schadevergoeding ten aanzien van de gevorderde
1.200,00 euroen de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
legtaan de verdachte
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 4] , van een bedrag van 2.500,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 35 dagen.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 5] , van een bedrag van
1.280,00 euro, bestaande uit materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
legtaan de verdachte
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 5] , van een bedrag van 1.280,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 22 dagen.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 7] , van een bedrag van
450,00 euro, bestaande uit immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
niet-ontvankelijkis in de vordering tot schadevergoeding ten aanzien van de gevorderde
24.965,00 euro en het overige immateriële gevorderde schadebedragen de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
legtaan de verdachte
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 7] , van een bedrag van 450,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 9 dagen.
- 1 STK telefoon Nokia zwart, met goednummer: G2242963;
- 1 STK telefoon iPhone zwart, met goednummer: G2243203.