Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.de maatschap [eiser sub 1] ,
2.
[eiser sub 2],
3.
[eiser sub 3],
4.
[eiser sub 4],
5.
[eiser sub 5],
GEMEENTE REUSEL-DE MIERDEN,
1.De procedure
2.De (verdere) beoordeling
NJ1997, 396). Daar komt bij dat [eisers] die kosten in de rechtmatige situatie ook hadden moeten maken, zodat het causaal verband ontbreekt. Verder hebben [eisers] enkel twee offertes van 1 augustus 2018 in het geding gebracht en niet de facturen. Om die reden staat niet vast dat zij die kosten daadwerkelijk hebben gemaakt. De datum van de offertes dateert bovendien van ruim nadat de gemeente heeft aangegeven dat er geen vergunning zou worden verleend voor de uitbreiding van het bedrijf. Het is onduidelijk waarom [eisers] er toch voor hebben gekozen om de brijvoerinstallatie te kopen. Tot slot merkt de gemeente op dat [eisers] de mogelijkheid hebben om de brijvoerinstallatie te verkopen, aldus de gemeente.