Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] , GZ-psycholoog.
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 12 mei 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die op dat moment in voorlopige hechtenis verbleef. De advocaat van betrokkene stelde dat de beslissing beter door de strafrechter in juli kon worden genomen vanwege onduidelijkheid over de vrijlating en benodigde zorg. De rechtbank oordeelde echter dat zij voldoende informatie had om inhoudelijk te beslissen.
Betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, waaronder middelengebruik en een schizofreniespectrumstoornis, met ernstig nadeel zoals risico op lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. Verplichte zorg is noodzakelijk omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is en betrokkene geen ziektebesef heeft. De rechtbank wees specifieke vormen van zorg toe, waaronder medicatie, bewegingsbeperkingen en opname in een klinische setting.
De rechtbank benadrukte dat de tenuitvoerlegging van de zorgmachtiging binnen twee weken door het Openbaar Ministerie moet worden gestart, maar dat dit niet betekent dat opname binnen die termijn moet plaatsvinden. De zorg kan ook binnen de penitentiaire inrichting worden gestart. De rechtbank wees het verzoek tot toediening van vocht en voeding, insluiting en toezicht af wegens onvoldoende noodzaak. De zorgmachtiging geldt tot 13 november 2025.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen ondanks detentie van betrokkene.