Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
De tenlastelegging.
waardoor een ander, te weten die fietsster (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken jukbeen, een hersenschudding en/of een fractuur in het neusbeen en/of oogkas, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan
-(waardoor) hij die tegemoetkomende fietsster met zijn hand/arm, althans zijn lichaam heeft geraakt en/of
De formele voorvragen.
Bewijs
Ik zag op het camerabeeld dat het tijdstip omstreeks 08.13 uur (werkelijk 07.13 uur) was opgenomen. Ik zag dat er vanuit de zijde Vossenbeemd een fietser aan kwam gefietst. Ik zag dat er vanaf de zijde Achterdijk ook een fietser aan kwam gefietst. Ik zag dat beide fietsers elkaar op de ventweg kruisten en nadat zij elkaar gepasseerd waren de fietser, komende vanaf de Vossenbeemd, direct ten val kwam. Ik zag dat de fietser komende vanaf de Achterdijk in een rechte lijn door fietste in de richting van de Vossenbeemd.
Bestond uit 2 rijbanen, waarbij de hoofdrijbaan bestemd was voor verkeer in tegengestelde richting en waarbij de rijstroken middels dubbel doorgetrokken as-markering van elkaar gescheiden werden. Aan de rechterzijde van de hoofdrijbaan was een parallelweg gelegen enkel bestemd voor verkeer in één richting.
Door de fietser werd het voor hem geldende verkeersbord C02 genegeerd, waarop hij een geslotenverklaring in fietste.
De later aangewezen verdachte fietser bevond zich niet op de juiste plaats op de weg. Tijdens het passeren van de twee elkaar naderende fietsers kwam één fietser ten val en geraakte zwaargewond.
De ten val gekomen fietsster raakte zwaargewond en haar fiets raakte beschadigd.
De bewezenverklaring.
op 25 januari 2024, te Helmond, als bestuurder van een fiets, daarmee rijdende op de weg, de Varenschut, in strijd met artikel 5 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldoen het verplichte fietspad te gebruiken en
door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt;
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
geldboeteter hoogte van
€ 250,-subsidiair 5 dagen hechtenis;
geldboeteter hoogte van
€ 750,-subsidiair 15 dagen hechtenis.