ECLI:NL:RBOBR:2025:2945
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij kinderopvangtoeslag
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de Dienst Toeslagen vanwege de herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2006 tot en met 2009. De dienst toeslagen had op het bezwaar van verzoeker niet tijdig beslist, waarop verzoeker een ingebrekestelling en beroep wegens niet tijdig beslissen heeft ingesteld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat bij financiële geschillen zoals deze doorgaans geen sprake is van onverwijlde spoed, omdat het bedrag na afloop van de bodemprocedure alsnog kan worden terugbetaald met wettelijke rente. Verzoeker stelde dat het spoedeisend belang lag in de overschrijding van de beslistermijn en het belang bij een tijdige uitspraak, maar er was geen acute financiële nood of onomkeerbare situatie.
Omdat geen spoedeisend belang aanwezig is, kan een voorlopige voorziening alleen worden getroffen als het bestreden besluit evident onrechtmatig is. De voorzieningenrechter concludeert dat dit niet het geval is. Daarom wijst hij het verzoek als kennelijk ongegrond af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en evident onrechtmatigheid.