ECLI:NL:RBOBR:2025:3007

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
22 mei 2025
Publicatiedatum
27 mei 2025
Zaaknummer
11592661 / CV EXPL 25-1888
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 RvArt. 22 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve toetsing in verstekzaak over kwalificatie huurovereenkomst of goederenkrediet

In deze civiele verstekzaak vordert Kedin Consumenten Lease B.V. betaling van een consument voor een online leaseovereenkomst van een meubel. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De kantonrechter toetst ambtshalve of Kedin heeft voldaan aan de consumentenbeschermende informatieverplichtingen die afhangen van de aard van de overeenkomst.

Kedin stelt dat het gaat om een huurovereenkomst en heeft onder meer een getekend contractformulier en e-mailbevestiging overgelegd. Echter ontbreekt een cruciaal document 'Kredietovereenkomst.pfd' en onduidelijk blijft onder welke voorwaarden de consument het product na de lease kan kopen en gespreid kan betalen.

De kantonrechter benadrukt dat op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d en artikel 21 Rv Pro de eis en gronden daarvan met relevante producties in de dagvaarding moeten worden vermeld. Kedin heeft dit niet voldoende gedaan, waardoor de rechter niet kan beoordelen of de vordering toewijsbaar is.

De rechter beveelt Kedin om binnen een termijn aanvullende stukken en toelichtingen in te dienen en houdt verdere beslissing aan. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het nemen van een akte na tussenvonnis.

Uitkomst: De kantonrechter houdt de zaak aan en beveelt Kedin aanvullende stukken en toelichting in te dienen om de vordering te kunnen beoordelen.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 11592661 / CV EXPL 25-1888
Vonnis van 22 mei 2025
in de zaak van
KEDIN CONSUMENTEN LEASE B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Kedin,
gemachtigde: LegalSteps B.V.,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

Kedin heeft gevorderd dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan haar een bedrag te betalen met rente en kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven.
[gedaagde] is niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.
Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat een vonnis wordt uitgesproken.

2.De beoordeling

De vordering van Kedin ziet op een overeenkomst (op afstand) tussen een handelaar en een consument. Volgens de stellingen in de dagvaarding heeft die overeenkomst betrekking op de lease van een bed of een ander meubel dat de consument – in dit geval [gedaagde] – online op de website van Dekbed Discounter heeft uitgezocht. Kedin stelt dat zij het aankoopbedrag van het uitgezochte product aan Dekbed Discounter heeft betaald en dat de consument vervolgens in ruil voor het gebruiksgenot van het product aan Kedin maandelijks een bedrag dient te betalen. Volgens Kedin kwalificeert de overeenkomst als huurovereenkomst.
De kantonrechter dient ambtshalve te toetsen of Kedin heeft voldaan aan de (pre)contractuele (informatie)verplichtingen die uit diverse consumentenbeschermende bepalingen voortvloeien, afhankelijk van de aard van de overeenkomst tussen de handelaar en de consument.
Kedin heeft de totstandkoming van de overeenkomst onder meer onderbouwd aan de hand van overlegging van een getekend “Contractformulier Meubellease” met algemene voorwaarden, een bevestiging per e-mail d.d. 11 november 2019 en schermafbeeldingen van het bestelproces op de website van Dekbed Discounter. Bij de bevestigingsmail (productie 3) is als bijlage een document “Kredietovereenkomst.pfd” gevoegd. De kantonrechter heeft tussen de overgelegde producties echter geen document met die naam en/of van dien aard aangetroffen. Verder blijkt uit de overgelegde schermafbeeldingen van de website van Dekbed Discounter dat een “Optie tot koop na leaseperiode” wordt geboden. Uit de door Kedin overgelegde stukken en de stellingen in de dagvaarding kan de kantonrechter niet afleiden tegen welke voorwaarden de consument het product na de leaseperiode kan kopen. Daarnaast schrijft Kedin in een van de door haar overgelegde e-mailberichten (productie 5):
“Kedin biedt u de mogelijkheid om de aanschaf van producten en diensten op een eenvoudige en veilige manier gespreid te betalen. […] Zodoende kunt u bij een eventuele vervolgaankoop nog eenvoudiger kiezen voor gespreide betaling”Uit de door Kedin overgelegde stukken en de stellingen in de dagvaarding kan de kantonrechter niet afleiden tegen welke voorwaarden de consument gespreid kan betalen voor aangeschafte producten of geleverde diensten.
De kantonrechter merkt in dit kader volledigheidshalve reeds op dat een eisende partij op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in de dagvaarding de eis en de gronden daarvan dient te vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro in iedere individuele procedure in de dagvaarding voldoende feiten en omstandigheden moet stellen, en ter onderbouwing daarvan relevante producties bij de dagvaarding moet voegen, om de kantonrechter in staat te stellen te beoordelen of de toepasselijke consumentenbeschermende bepalingen zijn nageleefd en of de vordering toewijsbaar is. Als een eisende partij dat niet doet, moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden. Dat volgt ook uit artikel 21 Rv Pro en uit vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en van de Hoge Raad in consumentenzaken.
Kedin heeft de hierboven genoemde gegevens en informatie niet in de dagvaarding verstrekt, waardoor de kantonrechter niet kan beoordelen of sprake is van een huurovereenkomst of van een overeenkomst van goederenkrediet en in het geval sprake is van een overeenkomst van goederenkrediet welke voorwaarden gelden.
Op de voet van artikel 22 lid 1 Rv Pro beveelt de kantonrechter Kedin de volgende stukken of gegevens voorzien van een toelichting in het geding te brengen, om de kantonrechter in staat te stellen te beoordelen of de toepasselijke consumentenbeschermende bepalingen zijn nageleefd en of de vordering toewijsbaar is:
de tussen partijen gesloten kredietovereenkomst die als ‘Kredietovereenkomst.pfd’ aan [gedaagde] is bevestigd en toegezonden;
de voorwaarden waartegen [gedaagde] het product na de leaseperiode kan kopen;
de voorwaarden waartegen [gedaagde] gespreid heeft kunnen betalen voor aangeschafte producten of geleverde diensten.
Kedin wordt in de gelegenheid gesteld om bij akte de verzochte gegevens in het geding te brengen en zich uit te laten over de hiervoor genoemde discrepanties en de eventueel daaraan te verbinden consequenties.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rolzitting van
donderdag 19 juni 2025 te 9:00 uur, voor het nemen van een akte na tussenvonnis door Kedin om zich uit te laten over de hiervoor genoemde discrepanties en de eventueel daaraan te verbinden consequenties;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.A. Donkersloot, en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2025.