Verdachte was formeel algemeen directeur van een metaalrecyclingsbedrijf, maar verrichtte feitelijk alleen onderhoudswerkzaamheden zonder gezag of betrokkenheid bij de bedrijfsvoering. Ondanks grootschalige witwaspraktijken binnen het bedrijf, kon verdachte geen wetenschap of deelname aan deze strafbare feiten worden verweten.
De officier van justitie stelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat het salaris afkomstig was van misdrijf en feitelijk leiding gaf aan de verboden gedragingen. De verdediging voerde aan dat verdachte geen medepleger was en geen bijdrage leverde aan de criminele organisatie.
De rechtbank oordeelde dat verdachte geen rol had in de illegale activiteiten, geen zeggenschap bezat en slechts praktische werkzaamheden verrichtte. Ontvangen contant geld en salaris waren niet voldoende om wetenschap aan te nemen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel witwassen als deelname aan een criminele organisatie.