De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk overtreden van het accijnsverbod door het voorhanden hebben van circa 6.480.000 onveraccijnsde sigaretten op 28 oktober 2021 te Geleen. De bewijslast werd overtuigend geacht op basis van onder meer waarnemingen van verbalisanten, telefoongegevens, notities op de telefoon van verdachte en de aanwezigheid van verdachte op het bedrijventerrein waar de vrachtwagen met de sigaretten werd gelost.
Verdachte voerde een alternatief scenario aan dat hij aanwezig was voor een afspraak over de aankoop van frisdrank, maar dit werd door de rechtbank als niet aannemelijk verworpen vanwege inconsistenties en onwaarachtige verklaringen. De rechtbank oordeelde dat verdachte doelbewust betrokken was bij de ontvangst van de vrachtwagen en dat sprake was van medeplegen.
De strafbepaling hield rekening met de ernst van het feit, de omvang van de accijnsschade (€1.576.260,-), de georganiseerde aard van het delict en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met 19 maanden werd de straf gematigd tot 20 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.