Betrokkene verzocht om opheffing van het bewind over zijn goederen, stellende dat zijn problemen en schulden zijn opgelost en dat hij zelf zijn geldzaken wil regelen, mede vanwege een voorgenomen emigratie naar Turkije waar zijn familie hem zal ondersteunen.
De bewindvoerder gaf aan dat betrokkene weliswaar een eerste stap in een zelfredzaamheidstraining heeft gezet, maar dat betrokkene het leefgeld nog steeds in zijn geheel binnen enkele dagen opneemt en geen initiatief toont om vaste lasten zelf te betalen. Hierdoor is de grond voor het bewind volgens de bewindvoerder niet gewijzigd.
De kantonrechter overwoog dat betrokkene niet kon aangeven hoe hij zijn geldzaken zelfstandig zou beheren en onvoldoende inzicht en initiatief toont om zelfredzaam te worden. Daarom is voortzetting van het bewind op dit moment zinvol en noodzakelijk.
De kantonrechter besloot het verzoek tot opheffing van het bewind af te wijzen en het bewind voort te zetten.