Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
DE UITSPRAAK
medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 2º of onderdeel 7º.
gevangenisstrafvoor de duur van
36 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaren. Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
1.Meldplicht bij reclassering.
2.Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname).
3.Dagbesteding.
4.Meewerken aan middelencontrole.
maatregel tot schadevergoeding, inhoudende de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 16.298,46. Indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 116 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit € 8.798,46 materiële schade en € 7.500,00 immateriële schade. De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
maatregel tot schadevergoeding, inhoudende de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 7.500,00. Indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 72 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;