De rechtbank Oost-Brabant heeft op 23 juni 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van productie, aanwezigheid en voorbereiding van amfetamine, alsmede deelname aan een criminele organisatie gericht op drugsmisdrijven.
De tenlastelegging betrof onder meer het gebruik van ANØM-accounts die door de politie aan verdachte werden toegeschreven. De politie baseerde haar identificatie op chatberichten, mastlocatie- en GPS-gegevens. Verdachte ontkende en beriep zich op zijn zwijgrecht. De verdediging stelde dat er onvoldoende objectief bewijs was om verdachte als gebruiker van de accounts aan te merken.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomsten tussen verdachte en de gebruiker van het belangrijkste ANØM-account onvoldoende onderscheidend waren om met voldoende zekerheid te kunnen vaststellen dat verdachte de gebruiker was. Ook andere aanwijzingen, zoals het gebruik van een Volkswagen Polo en locatiegegevens, waren onvoldoende onderzocht of niet overtuigend.
Gelet op het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte integraal vrij van alle ten laste gelegde feiten, waaronder medeplegen van productie en aanwezigheid van amfetamine en deelname aan een criminele organisatie.