ECLI:NL:RBOBR:2025:3526
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens ontbreken nieuwe bezwaren in drugszaken
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een zaak waarbij verdachte werd vervolgd voor deelname aan een criminele organisatie betrokken bij drugslaboratoriumactiviteiten in Sint-Oedenrode. Eerder had het Openbaar Ministerie op 16 februari 2023 een sepotbeslissing genomen wegens onvoldoende bewijs voor soortgelijke feiten.
De verdediging stelde dat de vervolging niet ontvankelijk moest worden verklaard omdat er geen nieuwe bezwaren waren die een hernieuwde vervolging rechtvaardigen. Het Openbaar Ministerie betoogde dat nieuwe bezwaren bestonden, gebaseerd op aanvullend onderzoek binnen een breder netwerk.
De rechtbank oordeelde dat de nieuwe vervolging feitelijk betrekking had op hetzelfde feitencomplex als de eerdere sepotbeslissing. De vermeende nieuwe bewijzen, waaronder ANØM-chatberichten, waren reeds bekend en onderzocht ten tijde van de sepotbeslissing. Bovendien was geen nieuw opsporingsonderzoek ingesteld met rechter-commissarismachtiging.
Daarom is het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte, conform het ne bis in idem-beginsel en artikel 255 Sv Pro. De zaak is geseponeerd zonder inhoudelijke beoordeling van de tenlastelegging.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens ontbreken van nieuwe bezwaren en nieuw opsporingsonderzoek.