Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
- het inkomen dat de werknemer zou hebben genoten als de opzegging zou zijn vernietigd;
- de vraag of de werknemer inmiddels ander werk heeft gevonden, en wat de inkomsten zijn die hij hieruit geniet;
- de mate waarin de werkgever een verwijt kan worden gemaakt van het feit dat de opzegging niet rechtsgeldig is;
- de vraag of de werkgever de arbeidsovereenkomst ook rechtmatig had kunnen opzeggen, en op welke termijn dit had kunnen gebeuren;
- de mate waarin de werkgever een verwijt kan worden gemaakt van de keuze van de werknemer om niet voor vernietiging te kiezen maar voor een billijke vergoeding;
- de mate waarin de werknemer zelf een verwijt valt te maken van de onrechtmatige opzegging; en
- de vraag of de werknemer recht heeft op de transitievergoeding en op de vergoeding wegens onregelmatige opzegging.