ECLI:NL:RBOBR:2025:3643

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
25 juni 2025
Publicatiedatum
25 juni 2025
Zaaknummer
25/1075 rectificatie
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie uitspraak voorlopige voorziening wijziging lozingsnorm PFBS Sabic

Deze uitspraak betreft een rectificatie van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 juni 2025 in een zaak over de wijziging van de lozingsnorm voor perfluorbutaatsulfonzuur (PFBS) door Sabic. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant had de omgevingsvergunning gewijzigd met tijdelijke lozingseisen voor 2025 en 2026 en een monitoringsverplichting.

Verzoekster was het niet eens met deze wijziging en had beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De rechtbank zou het beroepschrift behandelen op 23 september 2025. In de tussentijd werd een voorlopige voorziening getroffen om een aanvullende techniek toe te passen.

Na de uitspraak van 13 juni 2025 verzocht het college om rectificatie wegens enkele kennelijke verschrijvingen: de lozingsnorm in de ontwerpbeschikking was onjuist vermeld (0,5 kg in plaats van 0,75 kg over 3 maanden), het jaartal van de toegestane jaarvracht was verkeerd (2024 in plaats van 2025), en een naam van een gemachtigde was foutief gespeld.

De voorzieningenrechter achtte deze fouten kennelijke misslagen en ging direct tot rectificatie over. De uitspraak van 13 juni 2025 werd dienovereenkomstig gewijzigd. Tegen deze rectificatie is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijzigt de uitspraak van 13 juni 2025 wegens kennelijke verschrijvingen in de lozingsnormen en namen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 25/1075 rectificatie
uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 juni 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [vestigingsplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. T.N. Sanders),
en

het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant, het college

(gemachtigden: mr. F.C.S. Warendorf en C.A.M. van Broekhoven).
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:
de Minister van infrastructuur en waterstaat(de Minister), vertegenwoordigd door mr. drs. B.E.G. Wiskerke, D. Meir en
B. Ebbers.

Samenvatting

1. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat in de uitspraak van 13 juni 2025 enkele kennelijke verschrijvingen bevat.
1.1.
Gelet op de aard van het gebrek, zal de voorzieningenrechter direct tot rectificatie van de uitspraak overgaan, zoals hierna vermeld.

Overwegingen

2. De voorzieningenrechter heeft op 13 juni 2025 uitspraak gedaan op het beroep met zaaknummer SHE 25/1075.
2.1.
Bij brief van 18 juni 2025 heeft het college verzocht genoemde uitspraak op een aantal punten te herstellen:
• Punt 3, pagina 3, tweede gedachtestreepje: “Op 24 april 2024 heeft het college een ontwerpbeschikking vastgesteld met een (tijdelijke) lozingsnorm van 0,5 kg over een periode van 3 maanden (3 kg/jaar) die van toepassing zou zijn tot 1 januari 2026.” De norm in de ontwerpbeschikking van 24 april 2024 is niet 0,5 kg over een periode van 3 maanden, maar 0,75 kg over een periode van 3 maanden.
• Punt 6, pagina 4, laatste gedachtestreepje: “De evenredige toegelaten jaarvracht over 2024 bedraagt bij benadering 1,8 kg.” Hier wordt het verkeerde jaartal genoemd. Het moet 2025 zijn.
• Ook verzoekt het college de naam D. Meier te wijzigen in D. van Meir.
Het betreft hier een kennelijke misslag die zich leent voor rectificatie.
Het voorgaande geeft de voorzieningenrechter aanleiding de uitspraak te wijzigen als in het dictum omschreven.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijzigt de uitspraak van 13 juni 2025 op de in rechtsoverweging 2.1 genoemde wijze.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J.H. van der Donk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.