Op 11 januari 2025 stak verdachte in Oss twee bedrijfswagens, een Opel Vivaro en een Peugeot Partner, in brand. Door het open vuur ontstond brand waarbij gemeen gevaar voor de voertuigen en de daarin aanwezige goederen te duchten was. Tevens nam verdachte een trui weg uit de Opel Vivaro door middel van braak. Daarnaast vernielde verdachte op 19 december 2024 een ruit van een auto die aan een ander toebehoorde.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs, waaronder forensisch onderzoek, getuigenverklaringen en aangetroffen goederen bij verdachte, wettig en overtuigend was. Verdachte ontkende de brandstichtingen en diefstal, maar zijn verklaringen werden als ongeloofwaardig verworpen. Verdachte had een trui aan die overeenkwam met die uit de Opel Vivaro, met glassplinters die overeenkwamen met het gebroken glas van het voertuig.
De rechtbank hield rekening met eerdere veroordelingen van verdachte voor soortgelijke feiten en het ontbreken van inzicht in zijn laakbare handelen. De reclassering adviseerde een klinische behandeling, maar verdachte weigerde hieraan mee te werken. Daarom legde de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden op, met aftrek van het voorarrest.
De vorderingen van de benadeelden tot schadevergoeding werden niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van hun aanwezigheid bij de zitting. De benadeelden kunnen hun vorderingen bij de burgerlijke rechter indienen.
De rechtbank beval tevens de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf van 219 dagen gevangenisstraf.