De zaak betreft een procedure tussen woningstichting Compaen en een bewindvoerder over een huurachterstand van ruim drie maanden op een gehuurde woning. Compaen vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van achterstallige huur inclusief rente en incassokosten.
De bewindvoerder voert verweer dat sinds aanstelling in november 2024 de huurtermijnen tijdig worden betaald en dat de huurachterstand wordt afgelost met € 50 per maand, mede vanwege beslag op het inkomen van de huurder. Pogingen tot betalingsregeling met Compaen liepen stuk.
De kantonrechter overweegt dat hoewel een huurachterstand van drie maanden in beginsel ontbinding rechtvaardigt, de omstandigheden waaronder de lopende huur wordt betaald en de achterstand wordt ingelopen, alsmede het grote woonbelang van de huurder, ontbinding niet gerechtvaardigd maken.
De vorderingen tot ontbinding en ontruiming worden afgewezen. De kantonrechter veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van de erkende huurachterstand van € 1.675,55, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van € 158,27. Proceskosten worden gecompenseerd.