Vast staat dat [B] op 27 oktober 2024 een e-mailbericht heeft gestuurd aan de (hem bekende) leden van Woongaardpark met de inhoud zoals weergegeven in het feitenoverzicht van dit vonnis in overweging 2.6. Tevens staat vast dat dit e-mailbericht is gestuurd binnen 48 uur nadat het Vonnis aan [B] was betekend.
Het e-mailbericht van [B] van 27 oktober 2024 is onderwerp van geschil geweest in het namens [B] op 20 januari 2025 geëntameerde executie-kort geding (C/01/411655 /KG ZA 25/10) dat gericht was tegen de executie van dwangsommen op basis van het Vonnis voor zover dat betrof de daarin uitgesproken veroordelingen tegen [B] .
In het executie-kort geding van [B] heeft de voorzieningenrechter op 25 februari 2025 vonnis gewezen, waarbij de vorderingen van [B] , om Woongaardpark te veroordelen de executie van de dwangsommen uit hoofde van het Vonnis te staken, zijn toegewezen. De voorzieningenrechter heeft ten aanzien van de tijdigheid en de inhoud van het e-mailbericht van [B] , en ten aanzien van de vraag of dit e-mailbericht was verzonden aan alle leden van Woongaardpark het volgende overwogen:
“5.11. Doel en strekking van de rectificatiebeslissing wordt in r.o. 4.9, van het vonnis van
25 oktober 2024 door de voorzieningenrechter toegelicht. Volgens de voorzieningenechter
was voldoende aannemelijk geworden dat [eiser] en [B] aan de leden informatie
hebben verstrekt over de historische kosten zonder dat zij deze behoorlijk hebben
onderbouwd en tegenover de leden geïnsinueerd hebben dat [A] tracht zich door
middel van deze historische kosten te verrijken over de rug van de leden, Vast staat dat Van
de [B] de bij hem bekende leden een mail heeft gestuurd met de door de
voorzieningenrechter voorgeschreven inhoud. Dat [B] onder de tekst nog
commentaar heeft bijgevoegd als hiervoor in het feitenoverzicht in r.o. 2,12 genoemd, acht
de voorzieningenrechter niet van dien aard dat daarmee afbreuk is gedaan aan de rectificatie,
De rectificatie mist immers niet haar doel en strekking, te weten de bescherming van de
goede naam van [A] . Dit betekent bovendien dat het toevoegen van het
commentaar niet met zich heeft gebracht dat [B] zich ondanks het verbod heeft
uitgegeven als (voormalig) secretaris, adviseur of welke andere rol dan ook. [B]
heeft dus uitvoering gegeven aan de veroordeling in 5.8 van het vonnis van 25 oktober
2024, zodat hij uit dien hoofde geen dwangsommen heeft verbeurd. Dat [A] als
lid van Woongaardpark de mail — kennelijk - niet heeft ontvangen |(hetgeen door [B] wordt betwist) doet aan het vorenstaande niet af. Aangenomen mag worden dat Van der
[A] op de hoogte was van het vonnis van 25 oktober 2024 en daarbij komt dat de
rectificatie veeleer is bedoeld voor de leden van Woongaardpark. (…)”
Blijkens deze overweging in het vonnis van 25 februari 2025 heeft de voorzieningenrechter over het e-mailbericht van [B] van 27 oktober 2024 dus geoordeeld dat dit tijdig verzonden is, en dat de inhoud van het bericht en de doelgroep (leden van Woongaardpark) waarnaar het bericht verzonden is in overeenstemming is met de veroordeling in overweging 5.8 van het Vonnis.