ECLI:NL:RBOBR:2025:4136

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
7 juli 2025
Publicatiedatum
7 juli 2025
Zaaknummer
01/406835-24
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening van het onderzoek ter terechtzitting in een zaak van poging doodslag met eerdere veroordelingen voor geweldsfeiten

Op 7 juli 2025 heeft de Rechtbank Oost-Brabant een tussenvonnis gewezen in de zaak tegen een verdachte die wordt beschuldigd van poging tot doodslag op zijn levenspartner. De rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting heropend na een eerdere sluiting, omdat zij behoefte heeft aan nader persoonlijkheidsonderzoek. De verdachte, die eerder onherroepelijk is veroordeeld voor geweldsfeiten tegen hetzelfde slachtoffer, wordt verweten opzettelijk zijn partner te hebben aangevallen met een mes. De rechtbank heeft op 23 juni 2025 de zaak inhoudelijk behandeld, maar concludeerde dat zij onvoldoende informatie had om een weloverwogen beslissing te nemen. De reclassering heeft in een rapport geadviseerd om een Pro Justitia rapportage aan te vragen, gezien het hoge recidiverisico en de zorgen over de veiligheid van het slachtoffer. De rechtbank heeft daarom het Openbaar Ministerie opdracht gegeven om een NIFP-dubbelrapportage op te stellen, waarin psychologen en psychiaters de psychische gesteldheid van de verdachte zullen onderzoeken. De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst en een uiterste termijn van drie maanden gesteld voor de hervatting van de zitting.

Uitspraak

tussenvonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01-406835-24
Parketnummer vordering tot tenuitvoerlegging: 01-344997-21
Datum uitspraak: 7 juli 2025
Tussenvonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1983] ,
wonende te [adres] ,
thans gedetineerd te: P.I. Nieuwegein.
Dit tussenvonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 juni 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 25 februari 2025.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 24 december 2024 te Oss ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] (zijn levenspartner) opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, voornoemde [slachtoffer] meermalen heeft geslagen en/of gestoken met een mes en/of gereedschap, althans een voorwerp, tegen/ in haar hals en/of haar lichaam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Heropening van het onderzoek ter terechtzitting.

De rechtbank heeft op de zitting van 23 juni 2025 de zaak inhoudelijk behandeld, het onderzoek ter terechtzitting gesloten en medegedeeld dat de uitspraak zal plaatsvinden op 7 juli 2025. Na beraadslaging in raadkamer is de rechtbank echter tot het oordeel gekomen dat zij zich met het dossier in deze zaak en het verhandelde ter zitting onvoldoende voorgelicht acht met betrekking tot de persoon van verdachte om tot een afgewogen beslissing te komen op een of meerdere vragen, vermeld in artikel 350 Sv.
De reclassering heeft in haar rapport van 5 juni 2025 geadviseerd een Pro Justitia rapportage aan te vragen om een passende strafafdoening te adviseren. De reclassering schat het recidiverisico in als hoog. Daarbij zijn door de reclassering zorgen geuit over de veiligheid van het slachtoffer. De rechtbank heeft op grond van de inhoud van dat rapport en naar aanleiding van het verhandelde ter terechtzitting en de indruk die zij daarbij kreeg van verdachte, behoefte aan nader onderzoek naar de persoon van verdachte en zijn psychische gesteldheid, een en ander in samenhang bezien met de ernst van het ten laste gelegde. Indien bewezen, zou dit de vierde veroordeling van huiselijk geweld zijn jegens hetzelfde slachtoffer. De drie eerdere veroordelingen en de daarbij opgelegde straffen, maatregelen en voorwaarden hebben – indien de verdenking bewezen geacht – niet kunnen voorkomen dat verdachte opnieuw geweld heeft gepleegd tegen zijn partner. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring zou komen, dan is het aan haar om een passende straf of maatregel op te leggen, waarbij ook wordt bekeken op welke wijze er wel voor kan worden gezorgd dat in de toekomst herhaling wordt voorkomen. Daartoe is het van belang om een beter beeld te krijgen van de persoon van verdachte.
De rechtbank zal op basis van het voorgaande het Openbaar Ministerie opdracht geven om nader onderzoek te doen verrichten naar de persoon van verdachte. Het Openbaar Ministerie wordt bevolen een NIFP-dubbelrapportage te doen opmaken, waarin een nog te benoemen psycholoog en psychiater na onderzoek hun bevindingen weergeven met betrekking tot de persoon van verdachte, waarin onder meer het bestaan van (een) eventuele stoornis(sen) bij verdachte en de mogelijke invloed daarvan op het ten laste gelegde, het recidiverisico en eventueel behandeladvies aan de orde zullen komen, en daarbij de gebruikelijk gestelde vragen te beantwoorden.
De rechtbank ziet zich gelet op het voorgaande genoodzaakt het onderzoek te heropenen teneinde het genoemde persoonlijkheidsonderzoek te doen verrichten. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de reclassering in aansluiting op het persoonlijkheidsonderzoek nader dient te rapporteren.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
-
heropenthet op 23 juni 2025 gesloten onderzoek ter terechtzitting;
-
geefthet Openbaar Ministerie
opdrachtom op een zo kort mogelijke termijn een psycholoog en psychiater te doen benoemen die onderzoek zullen doen naar de persoon van verdachte en hun bevindingen daaromtrent beschrijven in een door hen op te stellen zogeheten NIFP-dubbelrapportage;
-
geefthet Openbaar Ministerie
opdrachtom in aansluiting op de NIFP-dubbelrapportage een reclasseringsrapport te doen opmaken;
-
steltde stukken met dat doel in handen van de officier van justitie;
-
beveeltde oproeping van verdachte tegen een nader te bepalen datum en tijdstip op een zitting van mr. A. van der Hilst, mr. E.M.J. Raeijmaekers, mr. S.A.E.M. Rampaart en zo mogelijk griffier mr. R.H.A. de Poot, voor een zittingsduur van 30 minuten, met kennisgeving van dat tijdstip aan de raadsman van verdachte, mr. R.J.M. Oerlemans, advocaat te ’s-Hertogenbosch en de benadeelde partij, mevrouw [slachtoffer] ;
-
schorsthet onderzoek voor onbepaalde tijd en stelt de uiterste termijn waarbinnen het onderzoek ter terechtzitting dient te worden hervat op drie maanden. Deze termijn is langer dan één maand om de klemmende redenen dat alle binnen één maand na heden te houden terechtzittingen reeds zijn geappointeerd en geen ruimte bieden om deze zaak alsdan te behandelen en niet valt te verwachten dat het nadere onderzoek alsdan gereed zal zijn.
Dit tussenvonnis is gewezen door:
mr. A. van der Hilst, voorzitter,
mr. E.M.J. Raeijmaekers en mr. S.A.E.M. Rampaart, leden,
in tegenwoordigheid van R.H.A. de Poot, griffier,
en is uitgesproken op 7 juli 2025.