Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser 1], eiser 1,
[naam] B.V.,uit [vestigingsplaats] (vergunninghoudster)
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- Het zesde lid biedt de mogelijkheid om een omgevingsvergunning te wijzigen vanwege de cumulatieve gevolgen van de emissie van geur, ammoniak of zwevende deeltjes (PM10) door veehouderijen en indien sprake is van onaanvaardbare geurhinder als bedoeld in het twaalfde lid.
- Het twaalfde lid biedt een kader om te bepalen of sprake is van onaanvaardbare geurhinder. De rechtbank merkt hierbij op dat onaanvaardbare hinder als bedoeld in artikel 7af van het BuChw niet hetzelfde is als ontoelaatbare gevolgen voor het milieu als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, onder d, van de Wabo. Bij artikel 2.33 van de Wabo is geen kader gegeven maar in de rechtspraak wordt wel aangenomen dat het bevoegd gezag beoordelingsruimte heeft. Ingevolge het kader in het twaalfde lid van artikel 7af van het BuChw wordt ten minste rekening gehouden met de volgende aspecten:
- a. lokaal geurbeleid;
- b. de individuele en cumulatieve geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten;
- c. de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt;
- d. de historie van de betreffende inrichting en het klachtenpatroon met betrekking tot geurhinder;
- e. de bestaande en verwachte geurhinder van de betreffende inrichting; en
- f. de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels in de inrichting.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- wijst het verzoek van eisers af;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- bepaalt dat het college aan eisers het griffierecht à € 187,- vergoedt;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers, begroot op € 1.836,40.
mr.A.F. Hooghuis, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2025.