Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
Onderzoek van de zaak:
De beoordeling
DE UITSPRAAK
af.
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van een bedrag van €12.825, gebaseerd op het wederrechtelijk verkregen voordeel uit het ten laste gelegde feit van mensenhandel. Deze vordering werd ingediend in het kader van de onderliggende strafzaak tegen de verdachte.
Tijdens de zittingen op 27 mei en 1 juli 2025 concludeerde het openbaar ministerie tot afwijzing van de vordering omdat het wederrechtelijk verkregen voordeel niet concreet kon worden vastgesteld. De verdediging voerde aan dat de verdachte geen wederrechtelijk verkregen voordeel had genoten.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte op 11 juli 2025 vrijgesproken was van het feit mensenhandel, omdat het feit niet wettig en overtuigend was bewezen. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de verdachte wederrechtelijk voordeel had verkregen uit dit feit. Om die reden wees de rechtbank de vordering tot ontneming af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af vanwege vrijspraak van het onderliggende straffeit.