Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening
- de incidentele conclusie van antwoord.
Rechtbank Oost-Brabant
Gemeente Boekel vordert ontruiming van een strook grond die door gedaagden wordt gebruikt, omdat de gemeente deze grond nodig heeft voor de aanleg van een voetpad. In een incident verzoekt de gemeente om een voorlopige voorziening om de ontruiming op korte termijn af te dwingen.
De rechtbank beoordeelt dat toewijzing van een voorlopige voorziening alleen mogelijk is bij voldoende belang, bijvoorbeeld wanneer de gemeente de afloop van de hoofdzaak niet kan afwachten. Hoewel de gemeente stelt dat de huidige situatie met een onderbroken voetpad en tijdelijke platen onhoudbaar is, onderbouwt zij dit niet met concrete feiten of gevaar.
De rechtbank overweegt dat de gemeente de situatie kan afwachten omdat zij naast de strook grond een tijdelijk voetpad kan aanleggen, ook al ontstaat er dan een knik in het voetpad. De rechtbank concludeert dat het belang van de gemeente onvoldoende is gesteld en wijst de voorlopige voorziening af.
De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident, begroot op € 792,- ten gunste van gedaagden. Het vonnis is gewezen door rechter E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af wegens onvoldoende belang van de gemeente.