De kantonrechter van de Rechtbank Oost-Brabant heeft op 7 juli 2025 een beschikking gegeven op het verzoek van Bewindvoeringskantoor Van Korlaar B.V. tot opheffing van het bewind over de goederen van betrokkene.
De bewindvoerder stelde dat betrokkene dakloos is en uit beeld is verdwenen, waardoor geen contact mogelijk is en er al bijna een jaar geen inkomen binnenkomt. Een eerder verzoek tot opheffing was geannuleerd omdat betrokkene toen weer hulp zou accepteren, maar zij is opnieuw uit beeld geraakt. De rechtbank heeft betrokkene op haar briefadres aangeschreven, maar er is geen reactie ontvangen.
De kantonrechter concludeerde dat voortzetting van het bewind niet zinvol is omdat het bewind onwerkbaar is door het ontbreken van contact met betrokkene. Wel blijft de noodzaak van het bewind bestaan omdat onvoldoende feiten zijn dat betrokkene zelf haar vermogensrechtelijke belangen kan behartigen. De rechtbank heeft daarom het bewind per 16 juli 2025 opgeheven. Betrokkene kan in de toekomst opnieuw een verzoek tot onderbewindstelling indienen als zij weer in beeld komt en wil meewerken.
De kosten van de bewindvoering mogen volgens de forfaitaire tarieven uit het vermogen van betrokkene worden voldaan. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, uitsluitend via een advocaat.