Verzoekster exploiteert een horecagelegenheid in een pand te Eindhoven waar op 20 februari 2025 tijdens een politiecontrole hennep, hasj en joints werden aangetroffen. De burgemeester heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten het pand voor drie maanden te sluiten en de Alcoholwet- en aanwezigheidsvergunningen in te trekken.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is, mede omdat verzoekster geen onomkeerbare financiële gevolgen aannemelijk heeft gemaakt. Ook is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig; de burgemeester heeft zijn besluit voldoende gemotiveerd en de bestuurlijke rapportage is niet onjuist.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Dit oordeel is voorlopig en bindt de rechtbank niet in een bodemprocedure. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.