Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijswaardering.
De bewijsmiddelen.
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Op 3 december 2021 vond een bedrijfsongeval plaats waarbij een werknemer van de verdachte rechtspersoon viel van een balkon op de derde verdieping van een appartementencomplex in aanbouw te Thorn. Het slachtoffer overleed op 6 januari 2022 aan de gevolgen van dit ongeval. De rechtbank oordeelt dat de rechtspersoon als werkgever tekort is geschoten in haar zorgplicht onder de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit, onder meer door het ontbreken van deugdelijke leuningwerkzaamheden, onvoldoende instructie en toezicht, en het nalaten van een adequate risico-inventarisatie en -evaluatie voor het specifieke meerwerk op het balkon.
De rechtbank stelt vast dat de rechtspersoon bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat door haar handelen en nalaten levensgevaar of ernstige gezondheidsschade kon ontstaan, en dat zij daardoor opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de Arbowet. Tevens is bewezen dat de dood van het slachtoffer aan haar schuld te wijten is wegens aanmerkelijke onvoorzichtigheid en nalatigheid. De rechtbank legt een geldboete van €50.000 op, lager dan de geëiste €75.000 vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De vordering van de benadeelde partij, de zus van het slachtoffer, tot vergoeding van affectieschade wordt afgewezen omdat niet is aangetoond dat zij een zodanig nauwe persoonlijke relatie had dat zij als naaste kan worden aangemerkt. De rechtbank veroordeelt haar in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door een meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant en uitgesproken op 21 juli 2025.
Uitkomst: De verdachte rechtspersoon is veroordeeld tot een geldboete van €50.000 wegens opzettelijke overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet en schuld aan de dood van een werknemer.