ECLI:NL:RBOBR:2025:4682
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waardering vrijstaande woning ongegrond verklaard
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning uit 2019 en betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €681.000 voor het kalenderjaar 2024. De heffingsambtenaar baseert de waardering op een vergelijkingsmethode met drie vergelijkingsobjecten en een taxatierapport met een getaxeerde waarde van €824.000.
Eiser stelt dat 24 woningen in zijn straat beter vergelijkbaar zijn, maar onderbouwt dit niet. Ook de door eiser voorgestelde lagere waarde van €565.000 is niet onderbouwd. De rechtbank oordeelt dat het aan de heffingsambtenaar is om aannemelijk te maken dat de waarde niet te hoog is, hetgeen is gelukt.
Daarnaast is de klacht van eiser dat de heffingsambtenaar niet heeft voldaan aan artikel 40 Wet Pro WOZ ongegrond, omdat de waardering van objectonderdelen subjectief is en niet alle taxatiegegevens hoeven te worden verstrekt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €681.000 wordt ongegrond verklaard.