Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad verleende op 9 april 2025 een omgevingsvergunning voor het realiseren van een schuur van 108 m2 aan vergunninghouders. Verzoekers, buren van de locatie, maakten bezwaar tegen deze vergunning en vroegen om een voorlopige voorziening om de bouw te schorsen vanwege vermoedelijk strijdig gebruik en onvoldoende motivering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel sprake was van een spoedeisend belang vanwege de reeds gestarte bouwwerkzaamheden, maar dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had. De schuur werd als een bijgebouw beschouwd dat functioneel en ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, en het beoogde gebruik voor opslag ten behoeve van de woonfunctie was niet strijdig met het bestemmingsplan.
Verder concludeerde de voorzieningenrechter dat het college de vergunning terecht had verleend zonder nader onderzoek naar bedrijfsmatig gebruik, dat niet was toegestaan. De summiere motivering over de evenwichtige toedeling van functies aan locaties was onvoldoende maar kon in de bezwaarprocedure worden verbeterd. Ook werd geoordeeld dat een omgevingsdialoog had plaatsgevonden, ondanks de klachten van verzoekers over gebrekkige communicatie.
De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waardoor de vergunning niet werd geschorst. De uitspraak bindt niet in een bodemprocedure en verzoekers kunnen handhaving vragen indien bedrijfsmatig gebruik toch plaatsvindt.