Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 en 2;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
De huurder [rechthebbende] had een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd over meerdere maanden in 2024, waarop BrabantWonen de huurovereenkomst wilde ontbinden en ontruiming vorderde. Na een gesprek tussen partijen en de gemeente werd afgesproken dat geen procedure zou worden gestart als de huurder de huur betaalde en zich onder bewind stelde. De huurder werd onder bewind gesteld en sindsdien werden huurbetalingen en aflossingen gedaan.
BrabantWonen vorderde ontbinding, ontruiming, betaling van huurachterstand, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De bewindvoerder voerde verweer dat de tekortkoming onvoldoende ernstig was vanwege betalingsonmacht door gezondheidsproblemen en inkomensdaling, en dat de redelijkheid en billijkheid toepassing behoefden.
De kantonrechter oordeelde dat de huurachterstand weliswaar fors was en in beginsel ontbinding rechtvaardigt, maar gelet op de bijzondere omstandigheden, betalingsonmacht en nakoming door de bewindvoerder, de tekortkoming onvoldoende ernstig was om ontbinding te rechtvaardigen. De vordering tot ontbinding en ontruiming werd afgewezen.
De huurachterstand en wettelijke rente werden toegewezen, maar de buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat het beding hierover in de algemene voorwaarden uit 2005 onredelijk bezwarend was. De proceskosten werden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Ontbinding en ontruiming afgewezen; huurachterstand en wettelijke rente toegewezen; buitengerechtelijke incassokosten afgewezen; proceskosten gecompenseerd.