Uitspraak
[gedaagde] ,
1.De procedure
3juni 2025 met het verzoek om vonnis te wijzen.
2.De feiten
3.Het geschil
alle gevallen:
Rechtbank Oost-Brabant
Woningstichting Compaen verhuurde een sociale huurwoning aan mevrouw [A], waarna [gedaagde] medehuurder werd. Na het beëindigen van de relatie met [A] bleef [gedaagde] als huurder in de woning. Er ontstond langdurige overlast tussen [gedaagde] en de buurvrouw, met wederzijdse klachten over geluid, stank en gedragingen. Pogingen tot buurtbemiddeling mislukten.
In februari 2025 escaleerde de situatie toen [gedaagde] met een hamer de serre van de buurvrouw vernielde en dreigend gedrag vertoonde. De politie greep in, en Compaen stelde [gedaagde] aansprakelijk voor tekortkomingen in de huurovereenkomst, vorderde ontbinding en ontruiming.
De kantonrechter oordeelde dat [gedaagde] ernstig tekort was geschoten als huurder en dat de gedragingen onrechtmatig waren. De enkele incidenten en het ontbreken van spijt maakten een ontruiming noodzakelijk. De belangenafweging gaf de doorslag: het ernstige gedrag en de veiligheid van omwonenden wogen zwaarder dan het belang van [gedaagde] om in de woning te blijven. De ontruiming werd binnen veertien dagen bevolen, met veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming van de sociale huurwoning binnen veertien dagen wegens ernstige overlast en vernieling.