Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
[handelsnaam gedaagde],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van [handelsnaam gedaagde]
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Oost-Brabant
DCI Media B.V. vordert schadevergoeding van [handelsnaam gedaagde] wegens het zonder toestemming publiceren van 21 auteursrechtelijk beschermde foto’s op diens website. De rechtbank stelt vast dat alle foto’s, behalve één, auteursrechtelijk beschermd zijn en dat DCI rechthebbende is. De inbreuk betreft de periode van mei 2021 tot maart 2024, aangezien de exploitatie van de eenmanszaak toen wisselde.
De pers-exceptie van artikel 15 Auteurswet Pro is niet van toepassing op foto’s en het beroep daarop faalt. De rechtbank verwerpt ook het verweer dat DCI geen schade heeft geleden, omdat het gaat om een inbreuk op het auteursrecht die schadevergoeding rechtvaardigt. De schade wordt berekend op basis van gemiste licentievergoedingen en een toeslag van 25% voor schending van persoonlijkheidsrechten, met een totaalbedrag van €18.638,75.
Daarnaast wordt [handelsnaam gedaagde] veroordeeld tot betaling van proceskosten van €11.183,29. De vordering wordt verder afgewezen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €18.638,75 schadevergoeding en €11.183,29 proceskosten wegens auteursrechtinbreuk.