De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor aanranding en verkrachting van de minderjarige dochter van een bevriend stel, gepleegd in de periode van juni tot september 2020 te Ommel. De verklaring van het slachtoffer is als betrouwbaar beoordeeld, mede omdat deze consistent en gedetailleerd is en voldoende steun vindt in verklaringen van familieleden en andere bewijsstukken.
Feit 1 betreft het onverhoeds vastpakken en betasten van het slachtoffer bij een toiletgebouw op een camping, waarbij verdachte zijn overwicht als familievriend en leeftijdsverschil gebruikte. Feit 2 betreft het meevoeren van het slachtoffer naar een caravan, het op slot doen van de deur en het dwingen tot seksuele handelingen, waaronder het binnendringen met vingers en tong.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze feiten heeft gepleegd en verwierp het verweer dat de verklaring van het slachtoffer onbetrouwbaar zou zijn. De strafmaat is vastgesteld op 18 maanden gevangenisstraf, geheel onvoorwaardelijk, waarbij rekening is gehouden met de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn.
Daarnaast is verdachte veroordeeld tot een schadevergoeding van €3.000,- aan het slachtoffer voor immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank legde ook een schadevergoedingsmaatregel op ten behoeve van het slachtoffer en bepaalde dat gijzeling kan worden toegepast bij niet-betaling.