Uitspraak
datum : 23 juli 2025
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Betrokkene verzocht om opheffing van het bewind, stellende dat zij sinds november 2024 weer zelfstandig woont en schuldenvrij is. Zij klaagde over gebrekkige communicatie en nalatigheden van de bewindvoerder. De bewindvoerder betwistte deze stellingen en gaf aan dat betrokkene veelvuldig contact zocht en niet meewerkte aan het bespreken van de jaarlijkse rekening en verantwoording.
De kantonrechter oordeelde dat het bewind nog noodzakelijk is omdat het zelfstandigheidstraject nog niet succesvol is afgerond. Er is een stappenplan opgesteld, maar de uitvoering stokte mede door het niet willen bespreken van de financiële verantwoording door betrokkene. Er werden afspraken gemaakt over het uitbetalen van leefgeld en over de frequentie van contactmomenten om de communicatie te verbeteren.
De kantonrechter verwacht dat betrokkene meewerkt aan het traject en binnen afzienbare tijd samen met de bewindvoerder de financiële verantwoording bespreekt. Bij een positief vervolg kan een nieuw verzoek tot opheffing worden ingediend. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van bewind wordt afgewezen wegens onvoldoende voortgang in het zelfstandigheidstraject.