De kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant behandelde op 15 juli 2025 het verzoek van broers en zus van betrokkene tot ontslag van de huidige bewindvoerder en mentor en benoeming van een onafhankelijke professionele bewindvoerder voor betrokkene. Betrokkene werd op 17 juli 2025 via videobelverbinding gehoord, waarbij hij aangaf tevreden te zijn over de huidige bewindvoerder en geen nieuwe bewindvoerder te wensen.
De verzoekers stelden dat de bewindvoerder tekort was geschoten in haar taken, onvoldoende contact had met betrokkene, en dat er sprake was van financieel misbruik door een broer die de leefgeldpas beheert. De bewindvoerder ontkende deze verwijten en toonde aan dat zij nauw contact onderhoudt met begeleiders en zorgverleners en toezicht houdt op de financiën.
De kantonrechter overwoog dat er geen gewichtige redenen zijn voor ontslag, mede gelet op de stabiele situatie van betrokkene, zijn tevredenheid en het belang van betrokkene centraal stellen. De kantonrechter wees het verzoek af en benadrukte dat toekomstige verzoeken alleen kansrijk zijn bij nieuwe, controleerbare feiten die aantonen dat betrokkene geschaad wordt.