Uitspraak
datum : 7 augustus 2025
Rechtbank Oost-Brabant
Betrokkene verzocht om opheffing van het bewind omdat zij zich na begeleiding weer in staat acht zelfstandig haar financiën te beheren. Zij gaf aan samen met familie en een budgetcoach stappen te willen ondernemen om haar financiën te regelen en wilde dit tijdens de rechtszaak toelichten.
De bewindvoerder betwijfelde echter het vermogen van betrokkene om deze verantwoordelijkheid duurzaam op zich te nemen. Betrokkene toonde weinig inzicht in haar financiële situatie, was niet bekend met haar budgetplan en de problematische schulden waren nog steeds aanwezig. Er was geen sprake van hulp van familie of een budgetcoach, noch van een zelfstandig traject.
De kantonrechter oordeelde dat opheffing van het bewind pas aan de orde is wanneer betrokkene financieel inzicht en betrokkenheid toont, waaronder het meekijken in het budgetplan en het volgen van een traject om schulden af te bouwen. Betrokkene moet bij de bewindvoerder een zelfstandigheidstraject aanvragen en bij een succesvol verloop kan een gezamenlijk verzoek tot opheffing worden ingediend.
Gezien het ontbreken van voldoende financieel inzicht en betrokkenheid, en het niet verschijnen van betrokkene op zittingen, wees de rechtbank het verzoek tot opheffing van het bewind af.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het bewind wordt afgewezen wegens onvoldoende financieel inzicht en betrokkenheid van betrokkene.