Uitspraak
datum : 6 augustus 2025
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Betrokkene staat sinds mei 2024 onder bewind vanwege problematische schulden en verzocht om opheffing van het bewind omdat hij werkt en meent zijn financiën zelfstandig te kunnen beheren. De bewindvoerder stemde niet in met het verzoek vanwege het voortduren van buitensporige uitgaven en het feit dat betrokkene nog op de wachtlijst staat voor schuldregeling.
Tijdens de zitting op 22 juli 2025 werd duidelijk dat betrokkene nog steeds aanvragen doet voor onnodige uitgaven, zoals een dure smartwatch en traktaties, wat niet verantwoord wordt geacht gezien zijn financiële situatie. Hoewel betrokkene een baan heeft, gaat hij ten onrechte uit van het idee dat dit voldoende is voor opheffing.
De kantonrechter oordeelt dat betrokkene het zelfstandigheidstraject verder moet voortzetten en afspraken bij gemeentelijke hulpverlening moet nakomen. Het eerdere verzoek tot opheffing werd afgewezen vanwege onvoldoende financieel inzicht, en dit is sindsdien niet verbeterd. Daarom wordt het verzoek opnieuw afgewezen en wordt bepaald dat een nieuw verzoek alleen in behandeling wordt genomen bij nieuwe feiten of omstandigheden.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het bewind wordt afgewezen wegens onvoldoende financieel inzicht en buitensporige geldverzoeken.